In mijn jeugd op de kermis had het spiegeldoolhof altijd een magische werking op me. De sensatie en spanning als ik binnenliep was overweldigend, maar ik wilde ook zo snel mogelijk de uitgang vinden. Na een paar bochten kwam het besef echter dat ik de ingang niet eens meer wist terug te vinden. Nooit last gehad van claustrofobie maar dan wel; alleen al omdat teruggaan geen optie meer was. Op dat moment begon het daadwerkelijke avontuur. Het moment dat ik een gang in liep en me realiseerde dat ik hier al was geweest, soms zelfs meer dan 1 keer. Of de spiegelkamer waar ik echt alleen mezelf zag, geen doorgang, zelfs niet de weg vanwaar ik gekomen was. Met mijn ogen dicht en op de tast bleek er altijd een geheime doorgang te zijn. Dan het moment dat ik de uitgang zag! Onoverwinnelijk zette ik dan een sprint in, om net voordat ik buiten was een plexiglas plaat te raken. Het was helemaal geen uitgang, slechts een "blinde gang" en ik had de plexieglasplaat vol geraakt. Ik moest terug, op zoek naar de echte uitgang. Weer door die gang waar ik al meerdere keren was geweest, weer door de spiegelkamer....
Op een bepaald moment zou ik het niet leuk meer vinden, tot ik er uit was. Dan was ik trots op mezelf. Ik nam me dan voor om dit nooit meer te doen. Dat hield ik goed vol, precies tot de volgende kermis, en het volgende spiegeldoolhof. Dan was daar weer die verleiding die ik niet kon weerstaan.
Ik merk dat ik het spiegeldoolhof zo nu en dan herken in projecten. Het uitzicht is anders, de beleving precies hetzelfde. Bij de start denk ik "Spannend! Dit wil ik!". Echter na een tijdje merk ik dat ik diverse gesprekken steeds opnieuw moet houden, afspraken opnieuw moet maken. De verslagen van het vorige overleg kan ik er letterlijk naast leggen. Ontworpen processen leg ik wederom op tafel en worden weer goedgekeurd. Alsof ik door de gang loop waar ik meerdere keren doorheen gelopen was. Ook ben ik soms in de situatie dat ik het gevoel heb dat ik me als enige in aan het zetten ben voor deze uitdaging, ik zie alleen mezelf. Niets samenwerking, geen team, alleen ik. Echter als ik dat gevoel loslaat, zie ik anderen, die misschien niet op de oppervlakte bezig zijn of voorop lopen, maar wel degelijk druk zijn voor hetzelfde resultaat.
Dan de pijnlijkste situatie, de plexieglasplaat .... Het moment dat ik het einde van het project zie. De laatste afstemming, de laatste afspraken vastleggen en een hamerslag erop. Dan is er opeens iemand die zich afvraagt of het toch wel goed is.... Of we toch niet beter ..... of misschien moet er nog iemand over nadenken ..... of de beslissing kan toch nog niet genomen worden.... Ik moet terug het spiegeldoolhof in. Opnieuw die gang in die ik in eerste instantie al meerdere keren had gezien, weer die spiegelkamer...... Tot ik op een bepaald moment de uitgang wel zal vinden. Volhouden, leren van elke stap en lachen om de situatie is de enige remedie.
Ben ik de enige? Of ervaar jij ook wel eens een plexieglas momentje?
donderdag 13 juni 2013
zondag 2 juni 2013
Goochelen
Recentelijk mocht ik een workshop goochelen geven op een lagere school. Niet dat ik me kan meten met Hans Klok, maar de basisprincipes ken ik. Vertel nooit je geheim, hou je publiek voor je en zorg voor vingervlugheid. Deze basisprincipes mocht ik kinderen van 6 tot 12 bijbrengen. Mijn eerste truc (na een plechtige eed van geheimhouding) was het laten verdwijnen van mijn duim. Daar waar de 12-jarigen met 1 opgetrokken wenkbrauw de minachting lieten blijken, vertelden de 6 en 7 jarigen mij dat mijn duim achter mijn hand moest zitten. Het jongste meisje stond op en kwam naar me toe om het te controleren. Natuurlijk vond ze achter mijn hand mijn duim. Ik vertelde daarna de groep dat het daarom belangrijk is je publiek voor je te houden.
Toen de groep mijn goochellokaal had verlaten bedacht ik me dat het essentieel in je leven is om je te blijven gedragen zoals het jongste meisje. Zeker bij veranderingen.
Ik werk met veranderingen, ik doe niet anders. En het gedrag van veel volwassenen is dat ze vanuit 1 gezichtspunt naar de situatie blijven kijken. Vaak is dat gezichtspunt helemaal niet aangenaam. Maar volwassenen blijven zitten terwijl ze niet gelukkig zijn met de situatie. Als bij een verandering eerst alle gezichtspunten worden bekeken voordat een stelling wordt ingenomen, voelt de situatie heel anders aan. Het enige wat je nodig hebt om makkelijker met veranderingen om te gaan is lef om een ander gezichtspunt te zoeken, de ruimte om dit te mogen doen en het kind van 6 in je dat zich laat leiden door nieuwsgierigheid.
Toen de groep mijn goochellokaal had verlaten bedacht ik me dat het essentieel in je leven is om je te blijven gedragen zoals het jongste meisje. Zeker bij veranderingen.
Ik werk met veranderingen, ik doe niet anders. En het gedrag van veel volwassenen is dat ze vanuit 1 gezichtspunt naar de situatie blijven kijken. Vaak is dat gezichtspunt helemaal niet aangenaam. Maar volwassenen blijven zitten terwijl ze niet gelukkig zijn met de situatie. Als bij een verandering eerst alle gezichtspunten worden bekeken voordat een stelling wordt ingenomen, voelt de situatie heel anders aan. Het enige wat je nodig hebt om makkelijker met veranderingen om te gaan is lef om een ander gezichtspunt te zoeken, de ruimte om dit te mogen doen en het kind van 6 in je dat zich laat leiden door nieuwsgierigheid.
Labels:
gezichtspunt,
Goochelen,
kinderen,
verandering
zaterdag 6 april 2013
Ik geloof dat trainers een belangrijke rol kunnen spelen in het spelplezier van jeugdige sporters!
Ik heb op school geen leuke tijd gehad, ik pastte niet. Mijn veilige plaats had in binnen het volleybal. Binnen de vereniging, binnen mijn team. Hier werd ik geaccepteerd om wie ik was, hier mocht ik onzeker zijn en mijn trainer accepteerde mijn (soms doorgeslagen) puberaal gedrag. Ik ben ervan overtuigd dat dit mij heeft geholpen op school en in mijn latere loopbaan.
De maatschappij is er sindsdien niet zachter op geworden. Ondanks dat we pretenderen dat alles zo sociaal is, is het een kwestie van overleven. Zeker voor opgroeiende kinderen. Denk alleen maar aan de recente schrijnende voorbeelden van gepeste kinderen of geweld. Binnen het NocNsf is het programma "een veilig sportklimaat" (vsk) opgezet en daarbinnen leiden we trainers op met het doel de jeugd een veilig haven te bieden. Met dit programma kan je naast het overbrengen van technische sportvaardigheden meer voor je sporters doen.
Ik ben een van de opleiders van het vsk. In elk van mijn opleidingen komen thema's als respect, samenwerking en plezier naar voren. Waarom kinderen en pubers op een bepaalde manier gedrag vertonen en hoe we daar als trainer mee om kunnen gaan. En beter nog, hoe we daar effectief gebruik van kunnen maken binnen onze training. Of dat nou sportief coachen, autisme in reguliere sportgroepen, omgaan met pubers of kinderen tussen de 6 en 12 is, elke training geeft op z'n eigen manier invulling aan diverse maatschappelijke thema's. En het is mooi te zien dat trainers de handvatten die aangereikt worden oppakken in de technische training die ze gewend zijn te geven. Veel van deze trainingen zijn (nog) gratis en kan je via je sportbond aanvragen. Een prachtige manier om je waarde als trainer te versterken!
Ik geloof dat we een meerwaarde kunnen bieden, jeugd beter kunnen voorbereiden op de maatschappij met behulp van onze sport. Wij als sporttrainers kunnen hier een heel belangrijke rol in spelen.
Kijk op de site van veiligsportklimaat hoe jij jouw sporters nog meer kan ondersteunen!
Ine Klosters
De maatschappij is er sindsdien niet zachter op geworden. Ondanks dat we pretenderen dat alles zo sociaal is, is het een kwestie van overleven. Zeker voor opgroeiende kinderen. Denk alleen maar aan de recente schrijnende voorbeelden van gepeste kinderen of geweld. Binnen het NocNsf is het programma "een veilig sportklimaat" (vsk) opgezet en daarbinnen leiden we trainers op met het doel de jeugd een veilig haven te bieden. Met dit programma kan je naast het overbrengen van technische sportvaardigheden meer voor je sporters doen.
Ik ben een van de opleiders van het vsk. In elk van mijn opleidingen komen thema's als respect, samenwerking en plezier naar voren. Waarom kinderen en pubers op een bepaalde manier gedrag vertonen en hoe we daar als trainer mee om kunnen gaan. En beter nog, hoe we daar effectief gebruik van kunnen maken binnen onze training. Of dat nou sportief coachen, autisme in reguliere sportgroepen, omgaan met pubers of kinderen tussen de 6 en 12 is, elke training geeft op z'n eigen manier invulling aan diverse maatschappelijke thema's. En het is mooi te zien dat trainers de handvatten die aangereikt worden oppakken in de technische training die ze gewend zijn te geven. Veel van deze trainingen zijn (nog) gratis en kan je via je sportbond aanvragen. Een prachtige manier om je waarde als trainer te versterken!
Ik geloof dat we een meerwaarde kunnen bieden, jeugd beter kunnen voorbereiden op de maatschappij met behulp van onze sport. Wij als sporttrainers kunnen hier een heel belangrijke rol in spelen.
Kijk op de site van veiligsportklimaat hoe jij jouw sporters nog meer kan ondersteunen!
Ine Klosters
Labels:
plezier,
respect,
Sport,
sporttrainers,
trainer,
Veilig sportklimaat
vrijdag 15 juli 2011
Weg met het Persoonlijk Ontwikkel Plan
Talentontwikkeling is bij sport één van de normaalste zaken van de
wereld. Sterker nog daar draait de topsport om en in de breedte sport
krijgt het ook steeds meer focus. Want waarom zou je de talenten van
een speler in de breedtesport onbenut laten? Iedereen heeft talenten,
iedereen scoort wel ergens beter op dan gemiddeld.
Het grote voordeel van talentontwikkeling is dat je een verbetering
inzet in dat waar je al goed in bent. En dat waar je goed in bent
vindt je (meestal) ook leuk, kost weinig energie of levert zelfs
energie op. Het geeft je zelfvertrouwen en laat je met plezier
sporten. De beste manier om mensen en zeker jeugd aan het sporten te
houden. (zie ook de "positief coachen"-leer)
In het bedrijfsleven zie ik juist dat de nadruk wordt gelegd op dat wat niet zo goed gaat. In het persoonlijk ontwikkelplan (POP) is er vaak een speciaal hoofdstuk aan gewijd. Als een eigenschap zo ver beneden maat scoort dat het de werkzaamheden in de wegstaat, zal er iets gedaan moeten worden. Dat ga ik niet betwisten, maar een talent zal je nooit worden op de punten waar je nu al zwak op scoort. Een
inspanning om het tot aanvaardbaar niveau te brengen is prima, daarna stoppen! Er gaat meer energie in dan dat er ooit uit zal komen. Een focus op dat wat al goed gaat, waar al een (beginnend) talent zichtbaar is, daar energie insteken, dat gaat een talent groot maken.
Ook in het bedrijfsleven! Of juist in het bedrijfsleven. Hier kan men nog zoveel leren van de sport. Als een afdeling HRM start met het persoonlijk ontwikkelplan (de POP) om te zetten in een talent ontwikkelplan (de TOP), maakt men een eerste statement. Wordt een duidelijke richting bepaald. Volgens mij werkt dit sterk in de binding van je personeel en de aantrekkelijkheid van je bedrijf. Ik zou er wel
eens een onderzoek naar willen doen.
Je kunt de echte top bereiken als je een beperking weet in te zetten bij de talenten die je al hebt. Dat is de allergrootste kracht; een goede zwemmer met extreem grote voeten kan deze "handicap" erg goed gebruiken bij de snelheid die hij nodig heeft om records te breken. Maar een goede tester in het bedrijfsleven met een licht autistische beperking kan zijn talent laten groeien door het inzetten van zijn vermogen om bijna bovenmenselijk te focussen.
Als managers meer zouden kijken naar de talenten van medewerkers. En de beperkingen alleen zouden aanpakken ten behoeve van het talent of indien ze de werkzaamheden echt in de weg zouden staan. Dan zou er veel meer talent in het bedrijfsleven komen bovendrijven. En meer mensen met plezier aan het werk zijn. Daarvan ben ik overtuigd!
Positief coachen voor sport en bedrijfsleven: www.positiefcoachen.nl
wereld. Sterker nog daar draait de topsport om en in de breedte sport
krijgt het ook steeds meer focus. Want waarom zou je de talenten van
een speler in de breedtesport onbenut laten? Iedereen heeft talenten,
iedereen scoort wel ergens beter op dan gemiddeld.
Het grote voordeel van talentontwikkeling is dat je een verbetering
inzet in dat waar je al goed in bent. En dat waar je goed in bent
vindt je (meestal) ook leuk, kost weinig energie of levert zelfs
energie op. Het geeft je zelfvertrouwen en laat je met plezier
sporten. De beste manier om mensen en zeker jeugd aan het sporten te
houden. (zie ook de "positief coachen"-leer)
In het bedrijfsleven zie ik juist dat de nadruk wordt gelegd op dat wat niet zo goed gaat. In het persoonlijk ontwikkelplan (POP) is er vaak een speciaal hoofdstuk aan gewijd. Als een eigenschap zo ver beneden maat scoort dat het de werkzaamheden in de wegstaat, zal er iets gedaan moeten worden. Dat ga ik niet betwisten, maar een talent zal je nooit worden op de punten waar je nu al zwak op scoort. Een
inspanning om het tot aanvaardbaar niveau te brengen is prima, daarna stoppen! Er gaat meer energie in dan dat er ooit uit zal komen. Een focus op dat wat al goed gaat, waar al een (beginnend) talent zichtbaar is, daar energie insteken, dat gaat een talent groot maken.
Ook in het bedrijfsleven! Of juist in het bedrijfsleven. Hier kan men nog zoveel leren van de sport. Als een afdeling HRM start met het persoonlijk ontwikkelplan (de POP) om te zetten in een talent ontwikkelplan (de TOP), maakt men een eerste statement. Wordt een duidelijke richting bepaald. Volgens mij werkt dit sterk in de binding van je personeel en de aantrekkelijkheid van je bedrijf. Ik zou er wel
eens een onderzoek naar willen doen.
Je kunt de echte top bereiken als je een beperking weet in te zetten bij de talenten die je al hebt. Dat is de allergrootste kracht; een goede zwemmer met extreem grote voeten kan deze "handicap" erg goed gebruiken bij de snelheid die hij nodig heeft om records te breken. Maar een goede tester in het bedrijfsleven met een licht autistische beperking kan zijn talent laten groeien door het inzetten van zijn vermogen om bijna bovenmenselijk te focussen.
Als managers meer zouden kijken naar de talenten van medewerkers. En de beperkingen alleen zouden aanpakken ten behoeve van het talent of indien ze de werkzaamheden echt in de weg zouden staan. Dan zou er veel meer talent in het bedrijfsleven komen bovendrijven. En meer mensen met plezier aan het werk zijn. Daarvan ben ik overtuigd!
Positief coachen voor sport en bedrijfsleven: www.positiefcoachen.nl
Labels:
management,
Positief Coachen,
Sport,
Talentontwikkeling
dinsdag 12 juli 2011
Is een sportcoach een projectmanager of een kapitein?
Wat voor soort kapitein ben jij? Bestuur jij een olietanker of een speedboot? Deze vraag werd mij pasgeleden gesteld toen het ging over leidinggeven. Een stevige en zware projectmanager moest namelijk die olietanker aankunnen. Dat is heftig werk. Betekent dat dan dat je een mindere kapitein bent als je snelheid weet te halen, zigzaggend je doel kan halen? Dat je razend-snel moet kunnen beslissen omdat je niet alles kan voorzien? Dat je een risico moet durven nemen om toch het maximale doel te kunnen behalen? Ben je dan een minder "zware" projectmanager? Ik denk het niet.
Ieder heeft zijn eigen kwaliteiten en afhankelijk van je project heb je een verschillend soort "kapitein" nodig.
Ik heb sportcoaches ook altijd gezien als zware projectmanagers. Maar niet die op de olietanker. Misschien bij de start van een seizoen, als de jaarplannen gemaakt moeten worden, budgetten worden verdeeld, als je team moet worden samengesteld. Maar gedurende het seizoen moet de olietanker veranderen in een speedboot. Er doen zich situaties voor waar je net even niet op rekent. Een speler valt uit, jouw zo mooi bedachte tactiek blijkt gesneden koek voor je tegenstander, de spelers missen net even de spirit op het moment dat ze die wel nodig hebben. Dan wordt het zigzaggen, opnieuw koers bepalen en gas geven. Heel veel gas geven. Niks olietanker, vol gas in de speedboot. Waarbij het fijn is als iedereen aan boord blijft, maar waar risico's genomen moeten worden. Diep respect heb ik voor mensen die dit kunnen en ik blijf erbij; voor mij zijn het de zwaarste projectmanagers die we kennen.

Ik zie veel projectmanagers om me heen en ik ben blij met de kapiteins van de olietankers en met de kapiteins op de speedboten. Ik zie ook veel coaches en vraag me af of zij zich op een olietanker of op een speedboot wanen. Wie het weet mag het zeggen.
Ik weet wel waar mijn voorkeur ligt, ik geef de olietanker nog even gas. Kijken wat de hoogste snelheid is die ik kan halen terwijl ik de haven in vaar. En ik zal dan ook nog even zwaaien, naar alle bange gezichten op de kade. Of zal ik maar gewoon op mijn speedboot blijven zitten? Voor deze keer kiezen voor comfort en gewoon doen waar ik goed in ben.....
Ieder heeft zijn eigen kwaliteiten en afhankelijk van je project heb je een verschillend soort "kapitein" nodig.
Ik heb sportcoaches ook altijd gezien als zware projectmanagers. Maar niet die op de olietanker. Misschien bij de start van een seizoen, als de jaarplannen gemaakt moeten worden, budgetten worden verdeeld, als je team moet worden samengesteld. Maar gedurende het seizoen moet de olietanker veranderen in een speedboot. Er doen zich situaties voor waar je net even niet op rekent. Een speler valt uit, jouw zo mooi bedachte tactiek blijkt gesneden koek voor je tegenstander, de spelers missen net even de spirit op het moment dat ze die wel nodig hebben. Dan wordt het zigzaggen, opnieuw koers bepalen en gas geven. Heel veel gas geven. Niks olietanker, vol gas in de speedboot. Waarbij het fijn is als iedereen aan boord blijft, maar waar risico's genomen moeten worden. Diep respect heb ik voor mensen die dit kunnen en ik blijf erbij; voor mij zijn het de zwaarste projectmanagers die we kennen.

Ik zie veel projectmanagers om me heen en ik ben blij met de kapiteins van de olietankers en met de kapiteins op de speedboten. Ik zie ook veel coaches en vraag me af of zij zich op een olietanker of op een speedboot wanen. Wie het weet mag het zeggen.
Ik weet wel waar mijn voorkeur ligt, ik geef de olietanker nog even gas. Kijken wat de hoogste snelheid is die ik kan halen terwijl ik de haven in vaar. En ik zal dan ook nog even zwaaien, naar alle bange gezichten op de kade. Of zal ik maar gewoon op mijn speedboot blijven zitten? Voor deze keer kiezen voor comfort en gewoon doen waar ik goed in ben.....
woensdag 6 juli 2011
Waar?
Daar waar gebouwd moet worden aan een organisatie,
Daar waar wat neergezet moet worden,
Daar waar pioniers met onverwachte ideeën welkom zijn en daar waar deze pioniers met zoveel respect met elkaar omgaan dat ideeën geen eigendom zijn, maar tot een prachtig gemeenschappelijk en gedeeld goed worden.
Daar wil ik zijn!
zaterdag 2 juli 2011
Experience, de Hype van Nu of de Kans van de Toekomst?
H
ebben jullie dat ook? Dat je doodgegooid wordt met experience-centres, kreten als: “je moet de beleving voelen”, “je moet het ervaren”. Leuk, maar een experience-centre is voor mij nog steeds vaak een kijk-show. En een beleving moeten voelen? Dat is hetzelfde als dat je werkgever zegt dat je je betrokken moet zijn. Dat kan helemaal niet. Je kan geen knop omzetten om je dan opeens betrokken te zijn. Je kan pas betrokken zijn als je je betrokken voelt en dat voel je pas als je betrokken wordt. Als je ideeën geen grond raken, er niet naar je mening geluisterd wordt, je niet mag interacteren, wordt je niet betrokken
. Voel je je ook niet betrokken en ben je ook niet betrokken! Evenzo bij beleving, je moet de kans hebben deel te nemen, een klein radartje in het geheel zijn. Dat jouw actie de situatie kan beïnvloeden…. al is het maar een heel klein beetje; interactie moet mogelijk zijn.
Sinds kort hoor ik hele mooie geluiden over toekomstige mogelijkheden om de interactie inderdaad mogelijk te maken, beter op de hoogte te zijn. Tijdens evenementen of tijdens tv-uitzendingen. Prachtige kansen.
De media gericht op de sport duiken er als eerste in, beginnen mooie apps voor sport evenementen te maken. Het kan zomaar zo zijn dat je binnenkort bij evenementen opeens flarden gaat opvangen. Kijk ernaar uit, dit is het begin van iets groots en als je goed oplet, kan je het zien groeien.
Nu nog een mooie aanloop, een start ruim voor het evenement, nog meer interactie, de beleving langzaam laten groeien totdat de climax tijdens het evenement onvergetelijk wordt.
Dan pas is er sprake van beleving, van een experience. Eentje die gegrift staat in je geheugen!
ebben jullie dat ook? Dat je doodgegooid wordt met experience-centres, kreten als: “je moet de beleving voelen”, “je moet het ervaren”. Leuk, maar een experience-centre is voor mij nog steeds vaak een kijk-show. En een beleving moeten voelen? Dat is hetzelfde als dat je werkgever zegt dat je je betrokken moet zijn. Dat kan helemaal niet. Je kan geen knop omzetten om je dan opeens betrokken te zijn. Je kan pas betrokken zijn als je je betrokken voelt en dat voel je pas als je betrokken wordt. Als je ideeën geen grond raken, er niet naar je mening geluisterd wordt, je niet mag interacteren, wordt je niet betrokken
. Voel je je ook niet betrokken en ben je ook niet betrokken! Evenzo bij beleving, je moet de kans hebben deel te nemen, een klein radartje in het geheel zijn. Dat jouw actie de situatie kan beïnvloeden…. al is het maar een heel klein beetje; interactie moet mogelijk zijn. Sinds kort hoor ik hele mooie geluiden over toekomstige mogelijkheden om de interactie inderdaad mogelijk te maken, beter op de hoogte te zijn. Tijdens evenementen of tijdens tv-uitzendingen. Prachtige kansen.
De media gericht op de sport duiken er als eerste in, beginnen mooie apps voor sport evenementen te maken. Het kan zomaar zo zijn dat je binnenkort bij evenementen opeens flarden gaat opvangen. Kijk ernaar uit, dit is het begin van iets groots en als je goed oplet, kan je het zien groeien.
Nu nog een mooie aanloop, een start ruim voor het evenement, nog meer interactie, de beleving langzaam laten groeien totdat de climax tijdens het evenement onvergetelijk wordt.
Labels:
Beleving,
Betrokkenheid,
Expierence,
management,
Sport
Abonneren op:
Posts (Atom)

